Deze week vervolgt de Tweede Kamer het overleg met minister Donner over de energieprestatie van woningen. In het debat komen nadrukkelijk enkele aanpassingen van het woningwaarderingstelsel aan de orde, waarmee de verhuurder (deels) gecompenseerd wordt voor de lasten van een door hem gepleegde investering in energiebesparing en duurzaamheid.
Hiervan heeft nu immers nog alleen de huurder profijt: hij krijgt meer comfort en een lagere energierekening. Bouwend Nederland is bij monde van plaatsvervangend directeur Economische en Verenigingszaken Paul Schumacher blij met de voorgestelde aanpassingen. “Als de lasten voor een deel gecompenseerd worden, zal het de interesse onder verhuurders om in dit soort maatregelen te investeren, alleen maar doen toenemen.”
Lente-akkoord
Zo mag wat Bouwend Nederland betreft de verduurzaming van de woningvoorraad in zijn algemeen worden aangepakt: prikkelen, stimuleren en zoveel mogelijk drempels wegnemen. “Dat geldt voor de huursector, maar zeker ook voor de koopsector”, benadrukt Schumacher. Hij wijst in dat verband op de brief die Bouwend Nederland, NEPROM en NVB als partners in het zogeheten Lente-akkoord aan minister De Jager van FinanciĆ«n hebben gestuurd. Daarin pleiten zij ervoor de mogelijkheden te verruimen om een hypotheek af te sluiten voor een energiezuinige woning. De huidige grens ligt op 4,5 keer het bruto jaarinkomen. In het geval van een energiezuinige woning zou dat verhoogd moeten worden tot ten minste 5,2 keer het bruto jaarinkomen.
Woningeigenaren blijken mede door de economische crisis zeer terughoudend te zijn om in duurzaamheid te investeren. Ook voor hypotheekverstrekkers lijkt energiezuinigheid nauwelijks een rol te spelen bij de vaststelling van de hypotheekruimte. Dit ondanks het feit dat de totale woonlasten bij energiezuinige woningen veel lager zullen uitpakken. De voorgestelde aanpassing moet daar verandering in brengen.
Duurzaamheid tastbaar maken
Schumacher: “We hebben grote ambities met de verduurzaming van de nieuwbouw. Maar ook in de woningvoorraad moet er veel meer gebeuren. Helaas zet de economische situatie van dit moment het investeren in duurzaamheid zwaar onder druk. Om dat te doorbreken is het noodzakelijk dat de partij die bereid is te investeren, daar ook iets voor terugkrijgt. Duurzaamheid heeft in de markt, zowel in de beleving als in harde euro’s uitgedrukt, nog niet een zodanige waarde dat gebouweigenaren nu opeens in groten getale besluiten tot duurzame investeringen. Dat moet veranderen. Duurzaamheid moet tastbaar worden gemaakt. Niet in de laatste plaats in de portemonnee.”
Overdrachtsbelasting afschaffen
Zonder beweging op de woningmarkt is er ook geen kans op verduurzaming van de woningvoorraad. Een logische stap is daarom de overdrachtsbelasting af te schaffen, vindt Bouwend Nederland.
In meerdere debatten hebben het kabinet en de Tweede Kamer aangegeven groot voorstander te zijn van het verduurzamen van de woningvoorraad. Naast de huursector is ook de koopsector een belangrijk segment: dit maakt inmiddels meer dan de helft van de totale woningvoorraad uit. Om te stimuleren dat particulieren investeren in duurzaamheid is het van belang zoveel mogelijk aan te haken bij de momenten dat mensen sowieso in onderhoud investeren, meent Bouwend Nederland. De verhuizing is zo’n moment. Een verhuizing heeft immers niet alleen meerdere andere verhuizingen tot gevolg, maar leidt ook vrijwel altijd tot meer of minder ingrijpende onderhouds en verbouwingswerken aan de nieuwe woning. Voorwaarde is dus dat huishoudens worden gestimuleerd om in beweging te komen. En de beste manier om dat te bereiken is volgens Bouwend Nederland het afschaffen van de overdrachtsbelasting. Deze fiscale maatregel wordt namelijk al jaren gezien als een straf op het verhuizen, die mensen belemmert door te stromen naar een woning die beter aansluit bij hun woonwensen.
Extra geprikkeld
Door vervolgens de looptijd van de tijdelijke btw-verlaging voor onderhoudswerkzaamheden te verlengen, worden mensen ook tijdelijk extra geprikkeld om bij de verhuizing een bouwbedrijf in te schakelen voor de voorkomende verbouw- en onderhoudswerkzaamheden.
Het bouwbedrijf kan dan in het contact met de klant wijzen op programma’s als ‘Meer met Minder’, en de besparing die het verbeteren van het energielabel oplevert op de energienota.
Zo worden meerdere vliegen in een klap geslagen: de woningmarkt stroomt beter door, de bouwsector blijft aan het werk, en de milieukwaliteit neemt toe. Dat zijn volgens Bouwend Nederland voldoende argumenten voor het kabinet om de overdrachtsbelasting nog dit jaar tot verleden tijd te verklaren.